Holink 2019

Adaptief roosteren

Spreker: Rudy Oude Vrielink, Universiteit Twente

Vorm: presentatie

Achter de schermen wordt bij menig hoger onderwijsinstelling hard gewerkt aan roostering. Zoals prof.dr.ir. E. Hans al eens omschreef: dit omvat o.a. professionalisering van de organisatie en implementatie van betere software. Universiteit Twente constateert echter dat de procesinformatie niet structureel verzameld wordt en/of niet bij de roostermakers terecht komt. Er zijn geen KPI’s die betrekking hebben op de kwaliteit van de roosters en het gebruik van de ruimtes. Het financiële model maakt docenten niet bewust van de consequenties van het niet of onvoldoende benutten van de onderwijsruimtes. Het maakt hen ook niet bewust van de mogelijkheden die een betere toewijzing in de roosters kan bieden ter verbetering van de kwaliteit. Mogelijk is sprake van allerlei historische rechten die docenten hebben op bepaalde onderwijsruimtes. Wellicht is de cultuur onder de zalengebruikers zo dat ‘wie het hardst roept, het meest gedaan krijgt’. Dit leidt tot frustratie bij alle betrokkenen.

Om te komen tot een verbeterde situatie moet er veel veranderen. Naast alle onderwijsinhoudelijke veranderingen kan het zomaar juist nu het moment zijn voor een grote verandering met betrekking tot het roosteren van gedeelde ruimtes. Deze ontwikkeling gaat niet over één nacht ijs. Er zijn drie fasen te onderscheiden:

Fase 1 – Informatieverzameling en prestatiemeting: het meten van bezetting, benutting en andere kwaliteitsaspecten.
Fase 2 - Ontwikkeling en validatie van een nieuw besturingsmodel: waar stuur je op?
Fase 3 - Implementatie en consolidatie

Kortom, het is tijd om anders te kijken naar roostering.

Klik hier om terug te gaan naar het overzicht van sessieronde 3